Beagles From Elly`s Pack
Kennel van internationale kwaliteit beagles
Telefoon  +31  (0)  413  -  477 075
info@fromellyspack.nl
 

 


DE STANDAARD VAN DE BEAGLE


De standaard is een beschrijving hoe het ras "de Beagle" er uit moet zien. De standaard is internationaal vastgesteld door de Federation Cynologique Internationale. (F.C.I.). Tijdens de keuringen dient een keurmeester de honden te keuren aan de hand van de standaard.
De standaard is een omschrijving van het ras, maar biedt tevens enige speelruimte, zodat
niet alle Beagles precies hetzelfde behoeven te zijn.

De in onderstaande aangegeven nummers komen overeen met de nummer in het plaatje
onderaan de tekst

Typische kenmerken: Een vrolijke Brak wiens wezenlijke functie jagen is, vooral op hazen,
wiens spoor hij volgt. Driest, erg actief, met veel uithoudingsvermogen en vastberadenheid. Waakzaam, intelligent en van gelijkmatig temperament.
Algeheel beeld: Een forse en compact gebouwde Brak, die de indruk wekt van kwaliteit zonder grofheid.
Temperament: Lief en oplettend, zonder agressie of angst.
Hoofd en schedel: Hoofd tamelijk lang, krachtig, maar niet grof, iets fijner bij een teef ,
zonder frons en rimpels. Schedel licht gewelfd, matig breed, met geringe achterhoofdsknobbel (1).
Stop goed (2) afgetekend, deze verdeelt de afstand tussen neuspunt en jachtknobbel zo gelijk mogelijk. Voorsnuit niet puntig, lippen goed hangend. De neusspiegel breed, het liefst zwart,
maar iets minder pigmentatie bij lichter gekleurde honden is toegestaan. Wijde neusgaten.
Ogen: Donkerbruin of hazelnootkleurig, tamelijk groot, niet diepliggend, niet uitpuilend, goed
uit elkaar geplaatst, met een zachte aantrekkelijke uitdrukking.
Oren: Lang met afgeronde punten: naar voren getrokken bijna tot de neuspunt reikend.
Laag aangezet, fijn van structuur, gracieus en dicht tegen de wang gedragen.
Mond: De kaken moeten sterk zijn, met een perfect, regelmatig en volledig schaargebit;
de boventanden moeten sluitend over de ondertanden heen vallen en recht in de kaken staan.
Hals (3): Voldoende lang om de Brak in staat te stellen zijn hoofd gemakkelijk naar de grond
te brengen om het spoor te volgen, licht gebogen met weinig keelhuid.
Voorhand: Schouder (4) goed naar achter hellend, niet beladen. Voorbenen recht en goed onder
de hond geplaatst, met goede substantie, en rond van bot. Niet versmallend naar de voet.
Middenvoeten (5) kort. Stevige ellebogen (6), noch naar binnen, noch naar buiten draaiend.
Hoogte van grond tot ellebogen ongeveer de helft van de schofthoogte.
Lichaam: Bovenlijn recht en horizontaal. Borst (7) daalt tot onder de elleboog. Ribben goed
gerond en ver naar achter doorlopend, kort in rug, maar goed in verhouding. Krachtige,
soepele lendenen (8), de buik niet te veel opgetrokken.
Achterhand: Dijen zeer gespierd. Sprongen goed gebogen. Sterke, laag geplaatste hakken (9)
en evenwijdig aan elkaar ge- plaatste middenvoeten.
Voeten: Gesloten en krachtig. Goed gebogen tenen en sterke zoolballen. Geen hazenvoeten.
Nagels kort.
Staart: Stevig en van matige lengte. Hoog aangezet en vrolijk gedragen (10) maar niet over
de rug gekruld of vanaf de staartwortel naar voren gebogen. Goed met haar bedekt,
vooral aan de onderzijde.
Gang: Gaat met rechte rug; krachtig gangwerk, zonder neiging tot rollen. Vrije, ver uitgrijpende
en recht naar voren gerichte pas, zonder hoge knie actie. Achterbenen tonen stuw- kracht.
De voorbenen mogen niet maaien of kruisen.
Vacht: Kort, dicht en bestand tegen het weer.
Kleur: Iedere erkende Brakkenkleur, behalve de leverkleur. Staartpunt wit.
Gewicht en maat: De gewenste schofthoogte bedraagt niet meer dan 16 inches (40,5 cm) of minder dan
13 inches (33 cm.)
Opmerking: Mannelijke dieren moeten twee normaal ontwikkelde testikels bezitten die
volledig in het scrotum moeten zijn ingedaald.

Goedgekeurd 23/24 juni 1987, Jeruzalem

In Amerika heeft men een eigen standaard die hier en daar afwijkt van de Engelse standaard.
In Nederland houdt men vast aan de standaard van het land van oorsprong, dus Engeland.
In Amerika geldt geen minimummaat, men onderscheidt twee grootte klassen n.l. kleiner dan
13 inch (33 cm) en van 13 tot 15 inch (38 cm). De Amerikaanse Beagle mag geen wam
(overvloedige keelhuid) vertonen, en geen overmatige lip hebben.

DE BEAGLE

Oorsprong en Geschiedenis

De Beagle is afkomstig uit Engeland. Het is een zeer oud ras. Reeds ver voor Christus
werden kleine honden gebruikt voor de meutejacht op het haas. De honden leken echter
nog niet op de Beagles zoals wij die nu kennen. De naam Beagle werd voor het eerst gebruikt
ten tijde van de regering van Koning Henry VII (1457-1509) en later wordt in de privā
boekhouding van Hendrik VIII (1509-1547) een betaling aan de 'Beaglehouder' Robert Shere vermeld. De naam Beagle is afkomstig van beag, beg of beigh, hetgeen in het
Keltisch "klein" betekent. In Engeland wordt nog steeds met Beagle-meutes gejaagd,
waarbij de honden te voet gevolgd worden. Daar de Beagle voornamelijk voor de jacht op
klein wild (hazen en konijnen) wordt gebruikt, behoort hij tot de groep
"Brakken of lopende honden" ofwel "hounds". Zij achtervolgen het wild en oriŽnteren
zich met de neus op het spoor en niet met de ogen. Vroeger was er bijna geen verschil
tussen de jagende Beagle en de showBeagle, tegenwoordig is er tussen deze twee een
groter verschil. De showhond is doorgaans compacter van bouw, de jachtBeagle is een
wat grotere Beagle met langere benen, die zich hierdoor sneller kan verplaatsen op
omgeploegd land en door beboste gebieden. In Engeland wordt de Beagle ook steeds
meer als huishond en showhond gehouden. In Nederland worden zij uitsluitend als
huishond gehouden. De eerste Beagles werden vanuit Engeland geimporteert in 1954.
Op dit ogenblik worden er per jaar ruim 600 Beagles ingeschreven in het Nederlands Hondenstamboek.
De Pocket Beagle, die niet hoger meet dan 10 inches (25 cm) komt niet meer voor.
Wel kennen we het Amerikaanse en het Engelse type. Beide hebben hun eigen rasstandaard.
In Europa wordt alleen de Engelse standaard erkend. Rastypisch voor het Amerikaanse type
is dat deze Beagles over het algemeen compacter, korter in rug, kortere hoofden, duidelijker
stop, meer verfijnd zijn en een zachtere uitdrukking hebben dan de Engelse.
De Engelse Beagles hebben doorgaans een langere schedel en snuit, minder stop en
vlakkere schedel. De Amerikaanse Beagles hebben vaak een geheel zwarte rug, met tan
aan het hoofd en witte aftekeningen. Enkele Engelse Beagles hebben dezelfde aftekeningen,
maar vaak hebben ze meer wit met grote gekleurde vlekken. Na de tweede wereldoorlog
heeft de Beagle in Engeland een snelle verbetering ondergaan door de invoering van
Amerikaans bloed.
De Beagle is een zeer sterk ras maar uiteraard komen ook hier ziektes en erfelijke aangelegenheden in voor, al is het in mindere mate.

De Beagle als huishond.

De Beagle is een ideale huishond. Het gezin is zijn roedel en hij is erg lief voor kinderen.
De Beagle is klein en handzaam, zachtmoedige, evenwichtig qua karakter en een vrolijke en ondeugende rakker. Thuis ontpopt hij zich als een heerlijke 'vrijkous' lief voor iedereen,
maar buiten toont hij zich 'jacht- hond' en raakt in zijn element als hij tijdens een wandeling
vol overgave snuffelend een 'spoor' volgt. Omdat hij vanouds als meutehond erop gefokt is het
te schieten wild zonder hulp van de mens binnen te halen, bezit de Beagle een grote mate van zelfstandigheid, wat wij ervaren als een behoorlijke portie eigenwijsheid. Hij moet dus zeer consequent opgevoed worden. Het is aan te bevelen een gehoorzaamheidstraining met de Beagle te volgen,zodat de baas kan leren op een juiste manier met zijn hond om te gaan. Ook heeft de Beagle
graag veel aandacht en vraagt dit dan ook van zijn baas. Door zijn vrolijke karakter is hij altijd
in voor een spelletje. Een bak gevuld met touwknopen, spijkerbroekpijpen, doeken,
tennisballen en toiletrolletjes zijn vaak zijn favoriete speelgoed. Een Beagle
heeft veel behoefte aan beweging. Naast de uitlaatbeurten moet hij dagelijks zo'n
anderhalf uur kunnen wandelen en rennen. Dus heeft u door een druk bezet leven weinig tijd
om een Beagle op te voeden en alle aandacht en beweging te geven die hij nodig heeft, dan
moet u beslist niet aan een Beagle beginnen.
 

De Beagle in het Jachtveld.

De Beagle is in Engeland van oudsher in gebruik voor de jacht op het haas. 'Beagling' wordt
met een meute (of pack) van 20 tot 25 honden beoefend. De master selecteert elke jachtdag
de honden om de meute van die dag te vormen. De samenstelling van de meute hangt af van
het terrein waarin gejaagd zal worden. De master zoekt eerst de leidende hond uit, waarna
de 'flank'-honden worden geselecteerd en hij completeert de meute met de minder ervaren
(jonge) honden.
De meute dient het terrein af te zoeken, waarbij de master, die achter de meute loopt,
wordt geholpen door whippers-in. Deze helpers zorgen ervoor dat de Beagles niet al te ver van
de meute afdwalen. Een knal met de zweep (whip) boezemt genoeg ontzag in om de honden tot
de orde te roepen.
Als een hond het spoor vindt, dan geeft deze hond 'luid' en direct zal de kop-hond dit controleren
en volop het verse hazenspoor gaan volgen. De meute volgt dan, zoals dat heet, 'full-cry'
de kop-hond.
De master volgt op volle snelheid, te voet!!!, de ontketende meute en de whippers-in waaieren in
een halve cirkel uiteen om de meute op de flanken te controleren en een Beagle die het pack
verlaat, terug te drijven. De haken, die het vluchtende haas slaat om zijn achtervolgers af te schudden, worden door de flank- honden opgemerkt en deze 'waarschuwen' de kop-hond,
die dan direct bijstuurt.
Beaglebezitters weten welke snelheden hun hondjes kunnen ontwikkelen en het behoeft dan
ook niet te worden uitgelegd dat het volgen van zo'n meute een goede conditie van de master, whippers-in en toeschouwers vereist.

Gezien het feit dat een gezond haas belangrijk sneller is dan een jagende meute kunnen wij
stellen dat Beagling tot de 'sporten' gerekend kan worden. Zelden wordt een haas gevangen
en volgt een zogenaamde 'kill'. Meestal is het haas de meute te 'slim' af, mede doordat de geur
die een vluchtend haas afgeeft steeds minder wordt.
Zet men een Beagle meute in om een vos op te sporen dan valt dit in de categorie 'werk'.
De vos zal namelijk zijn vlucht nemen in een konijnenhol en de jagers zullen de vos met behulp
van een Terrier uit het hol drijven en vangen.

In Nederland is Beagling op levend wild niet mogelijk. Door het intensieve wegennet is het te gevaarlijk en bovendien is deze jachtvorm op het haas alleen toegestaan indien de master in het
bezit is van een jachtakte en toestemming heeft van de terreineigenaar.
In Nederland kennen we slechts 1 meute die uit Beagles bestaat. "De Kempen" Beagles van
Ton Dimmers en jagen echter hoofdzakelijk in BelgiŽ, waar er nog enigzins ruimte is voor dit
werk.
Deze sport wordt ook in wedstrijdvorm bedreven. De Belgian Hound Club organiseert al meer
dan tien jaar wedstrijden op het haas of konijn voor meutes van minimaal vier Brakken.
Aan deze traditionele wedstrijd doen ook Beagle-meutes mee.
In Nederland wordt op dit moment uitsluitend het zogenaamde "zweetwerk" beoefend. "Zweet"
is het bloed dat een bij de jacht of door een auto ongeluk gewond dier bij de vlucht verliest.
Zo'n gewond dier moet opgezocht worden en daarvoor worden de "zweethonden" gebruikt,
die in staat zijn tot wel 48 uur na de verwonding het spoor te volgen.
Daarnaast wordt er in Nederland een Luid-op-spoor proef gehouden. Hierbij volgt een hond
alleen het spoor van een opgestoten haas. het is dan de bedoeling dat de hond het spoor
al "luid" gevend uitwerkt. Mogelijk kan in Nederland binnenkort het meutewerk op
het konijn beoefend worden.

Bron

BEAGLE CLUB NEDERLAND



 
copyright © 1999-2013 Elly Vervoort Eigenaar van Beaglekennel From Elly`s Pack


updatedatum:  20.03.2013